Hond:
Gebruik bij dieren jonger dan 6 weken of bij oude
dieren kan extra risico met zich meebrengen. Wanneer
geen andere oplossing gevonden kan worden, dient een
gereduceerde dosis te worden toegediend. Deze dieren
behoeven daarna een additionele klinische bewaking.
Kat: Niet gebruiken bij dieren jonger dan 4
maanden. Gebruik bij oude of zieke dieren kan extra
risico met zich meebrengen. Hond en kat: Vermijd
gebruik van carprofen bij gedehydreerde of
hypovolemische dieren of bij dieren met hypotensie
omdat er een potentieel risico bestaat op verhoogde
renale toxiciteit. Gezamenlijke toediening met
potentieel nefrotoxische middelen dient te worden
vermeden. De veiligheid van het diergeneesmiddel is
niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Gebruik
wordt afgeraden tijdens de dracht en lactatie. Geen
andere NSAID’s tegelijkertijd toedienen of binnen 24
uur na toediening van carprofen. Sommige NSAID’s
hebben een hoog percentage binding aan
plasma-eiwitten en zijn competitief met andere
middelen met hoge plasma-eiwitbinding, wat kan
leiden tot toxische effecten. Gezamenlijke
toediening met potentieel nefrotoxische middelen
dient te worden vermeden.
Contra-indicaties
Niet gebruiken bij dieren die lijden aan hart-,
lever- of nieraandoeningen en wanneer er
aanwijzingen zijn voor gastro-intestinale ulceratie
of bloedingen, bloedafwijkingen of overgevoeligheid
voor het product. Zoals ook bij andere NSAID's is er
een risico op zeldzame bijwerkingen betreffende de
nieren of lever.
Bijwerkingen
Zoals ook bij andere NSAID’s is er een risico
(hoewel dit zelden voorkomt) op ongewenste effecten
betreffende de nier, de lever of het maagdarmkanaal.
Hond: Experimentele en klinische bewijzen geven aan,
dat bij gebruik van carprofen bij de hond
gastro-intestinale ulceratie zeldzaam is en
voornamelijk voorkomt bij doseringen ver boven de
therapeutische dosering. Kat: Typische ongewenste
bijwerkingen van NSAID’s als verlies van eetlust,
braken, diarree, occult bloed in de feces en apathie
zijn af en toe gemeld. |