Emeprid oplossing voor injectie | bijsluiter
- Gegevens
- Laatst bijgewerkt op dinsdag 05 april 2011 22:16
Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
en de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte, indien verschillend
Registratiehouder:CEVA Santé Animale B.V. |
Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:CEVA Santé Animale |
Aard van het middel
Anti-emeticum.
Benaming van het diergeneesmiddel
Emeprid 5 mg/ml oplossing voor injectie voor honden en katten
Oplossing voor injectie.
Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen
Elke ml bevat:
Werkzame bestanddelen: Metoclopramide (als hydrochloride) 4,457 mg overeenkomend met metoclopramide hydrochloride 5 mg
Hulpstoffen: Metacresol 2 mg
Diersoorten waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Honden en katten.
Indicatie(s)
Symptomatische behandeling van braken en verminderde gastrointestinale motiliteit geassocieerd met gastritis, pylorus spasme, chronische nefritis en spijsverteringsintolerantie voor bepaalde medicijnen.
Contra-indicaties
Niet gebruiken in gevallen van gastro-intestinale perforatie of obstructie.
Speciale voorzorgsmaatregelen bij gebruik
Speciale voorzorgsmaatregelen voor gebruik bij dieren
De dosering moet aangepast worden bij dieren met nier- of leverinsufficiëntie (als gevolg van verhoogd risico op bijwerkingen). Vermijd toediening aan dieren met epilepsie.
Houd de dosering nauwlettend in de gaten, vooral bij katten en honden van kleine rassen.
Na langdurig braken moet een vocht- en elektrolyten vervangende therapie in overweging worden genomen.
Speciale voorzorgsmaatregelen, te nemen door degene die het geneesmiddel aan de dieren toedient
Was de handen na toediening aan het dier.
In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.
In geval van accidentele blootstelling door morsen op de huid of in de ogen, onmiddellijk spoelen met veel water. Als er bijwerkingen optreden, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.
Bijwerkingen (frequentie en ernst)
In zeer zeldzame gevallen werden extrapiramidale effecten gezien (agitatie, ataxie, abnormale posities of bewegingen, uitputting, tremoren en agressie, vocalisatie) na behandeling van honden en katten.
Deze waargenomen effecten zijn voorbijgaand en verdwijnen zodra de behandeling is gestopt. In zeer zeldzame gevallen kunnen allergische reacties optreden.
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg
Uit laboratoriumstudies bij laboratoriumdieren zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene of foetotoxische effecten zien. Echter, studies bij laboratoriumdieren zijn beperkt en de veiligheid van het werkzame bestanddeel werd niet geëvalueerd bij de doeldieren.
Gebruik van het product tijdens dracht en lactatie moet bepaald worden overeenkomstig de baten/risicobeoordeling van de behandelend dierenarts.
Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie
In geval van gastritis, vermijd de toediening van anticholinerge geneesmiddelen (atropine) aangezien deze het effect van metoclopramide op gastro-intestinale motiliteit kunnen tegenwerken.
Er is geen contra-indicatie voor het gebruik van anticholinerge geneesmiddelen in geval van gelijktijdige diarree.
Gelijktijdig gebruik van metoclopramide met neuroleptica, verkregen van phenotiazine (acepromazine) en butyrofenonen, verhoogt het risico op extrapiramidale effecten (zie rubriek 'Bijwerkingen'.)
Metoclopramide kan de werking van depressiva van het centrale zenuwstelsel potentiëren. In geval van gelijktijdig gebruik wordt het aanbevolen de laagste dosering van metoclopramide te gebruiken om overmatige sedatie te voorkomen.
Dosering en toedieningsweg
Voor intraveneus, intramusculair of subcutaan gebruik.
0,5 tot 1 mg metoclopramide hydrochloride per kg lichaamsgewicht per dag, toegediend als:
- 2,5 tot 5 mg/10 kg (overeenkomend met 0,5 tot 1 ml/10kg ) tweemaal daags of
- 1,7 tot 3,3 mg/10 kg (overeenkomend met 0,34 tot 0,6 ml/10 kg, driemaal daags.
Injecties kunnen herhaald worden met een interval van 6 uur.
Overdosering (symptomen, procedures in noodgevallen, antidota)
De meeste klinische tekenen die werden gerapporteerd na overdosering zijn bekende extrapiramidale bijwerkingen (zie rubriek 'Bijwerkingen').
Bij afwezigheid van een specifiek antidoot, wordt het aanbevolen om het dier een rustige omgeving te bieden totdat de extrapiramidale bijwerkingen zijn verdwenen.
Metoclopramide wordt snel gemetaboliseerd en geëlimineerd, bijwerkingen verdwijnen gewoonlijk snel.
Wachttijd
Niet van toepassing
Farmaceutische gegevens
Lijst van hulpstoffen
- Metacresol
- Natriumchloride
- Water voor injectie
Onverenigbaarheden
Aangezien er geen verenigbaarheidsstudies zijn, mag dit diergeneesmiddel niet gemengd worden met andere diergeneesmiddelen.
Houdbaarheidstermijn
Houdbaarheid van het diergeneesmiddel in de verkoopverpakking: 2 jaar
Houdbaarheid na eerste opening: 28 dagen
Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
Dit diergeneesmiddel behoeft geen speciale voorzorgsmaatregelen voor bewaren.
Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte diergeneesmiddel of eventueel uit het gebruik van een dergelijk middel voortvloeiend afvalmateriaal
Ongebruikte diergeneesmiddelen of restanten hiervan dienen in overeenstemming met de nationale vereisten te worden verwijderd.
De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien**
29 juni 2010
Overige informatie
Verpakking: Kartonnen doos met 1 flacon van 10 ml.
Registratienummer: REG NL 106870
**Datering van bovenstaande bijsluitertekst: 29 juni 2010 (NB het is mogelijk dat een eventuele nieuwere versie nog niet in de collectie van diergeneesmiddelen.info is verwerkt).
Status voor gebruik bij dieren in Nederland
Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken.



