We hebben 47 gasten en geen leden online



Nobivac Tricat Trio | bijsluiter

Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
en de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte, indien verschillend

Registratiehouder:

Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN BOXMEER

Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:

Intervet International B.V.
Wim de Körverstraat 35
5831 AN BOXMEER

Aard van het middel

Vaccin.

Benaming van het diergeneesmiddel

Nobivac Tricat Trio, lyofilisaat en solvens voor suspensie voor injectie voor katten

Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen

Per dosis van 1 ml:

Werkzame bestanddelen:

  • levend geattenueerd feline calicivirus, stam F9: ≥4,6 log10 PFU1
  • levend geattenueerd feline herpesvirus type 1, stam G2620A: ≥5,2 log10 PFU1
  • levend geattenueerd feline panleukopenie virus, stam MW-1: ≥4,3 log10 CCID50

1PFU:Plaque-Forming Unit
2CCID50:Cell Culture Infective Dose 50%

Hulpstoffen:
Lyofilisaat:
Dinatriumfosfaat dihydraat
Gehydrolyseerde gelatine
Pancreas caseïnehydrolysaat
Sorbitol

Solvens:
Dinatriumfosfaat dihydraat
Kaliumdiwaterstoffosfaat
Water voor injectie.

Diersoort(en) waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is

Kat.

Indicatie(s)

Actieve immunisatie van katten vanaf de leeftijd van 8-9 weken:

  • ter vermindering van de klinische verschijnselen veroorzaakt door infectie met feline calicivirus (FCV) en feline herpesvirus type 1 (FHV, feline rhinotracheïtis virus),
  • ter preventie van klinische verschijnselen, leukopenie en virusuitscheiding veroorzaakt door infectie met feline panleukopenie virus (FPLV).

Aanvang immuniteit: voor FCV en FHV: 4 weken; voor FPLV: 3 weken.
Immuniteitsduur: voor FCV en FHV: 1 jaar; voor FPLV: 3 jaar.

Contra-indicaties

Niet gebruiken tijdens dracht en lactatie, aangezien gebruik bij drachtige en lacterende poezen niet onderzocht is. Levend FPL virus kan leiden tot reproductieproblemen bij drachtige poezen en aangeboren afwijkingen bij het nageslacht.

Bijwerkingen (frequentie en ernst)

Een lichte, pijnlijke zwelling kan gedurende 1-2 dagen op de injectieplaats worden waargenomen.
Een lichte, voorbijgaande verhoging van de lichaamstemperatuur (tot 40oC) kan gedurende 1-2 dagen voorkomen.
In sommige gevallen kan niezen, hoesten, neusuitvloeiing en een lichte sloomheid of verminderde eetlust worden waargenomen tot 2 dagen na vaccinatie.
In zeer zeldzame gevallen kan het vaccin overgevoeligheidsreacties veroorzaken (jeuk, benauwdheid, braken, diarree en collaps).

Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

Dosering en toedieningsweg(en)

Dien 1 dosis per dier subcutaan toe (1 flacon lyofilisaat gesuspendeerd in 1 ml solvens).

Vaccinatieschema

Basisvaccinatie
Tweevoudige vaccinatie met telkens één dosis, met een interval van 3-4 weken. De eerste vaccinatie kan vanaf de leeftijd van 8-9 weken gegeven worden en de tweede vaccinatie vanaf de leeftijd van 12 weken.

Herhalingsvaccinatie
Enkelvoudige vaccinatie met 1 dosis (1 ml) volgens onderstaand schema:

  • Jaarlijks tegen feline calicivirus en feline herpesvirus type 1 (met vaccins die de F9 of G2620 stammen bevatten, indien beschikbaar).
  • Iedere 3 jaar tegen feline panleukopenie virus (met stam MW-1 zoals in dit middel, indien beschikbaar).

Aanwijzingen voor een juiste toediening

Suspendeer het gevriesdroogde vaccin direct voor gebruik in het bijgeleverde solvens.
Injecteer de inhoud van 1 flacon solvens in 1 flacon lyofilisaat en schud voorzichtig totdat het lyofilisaat volledig is opgelost.
Laat het vaccin op kamertemperatuur komen en dien 1 ml gesuspendeerd vaccin toe via subcutane injectie.
Gebruik steriel injectiemateriaal, zonder sporen van desinfectiemiddelen.
Vaccin na suspenderen binnen 30 minuten gebruiken.

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.

Lyofilisaat:
Bewaren in een koelkast bij 2-8°C.
Beschermen tegen licht.

Solvens:
Bewaren beneden 25°C indien het gescheiden van het lyofilisaat wordt bewaard.
Niet invriezen.
Niet gebruiken na vervaldatum vermeld op het etiket.

Speciale waarschuwingen

Vaccineer alleen gezonde dieren.

Maternale antistoffen, die tot een leeftijd van 9-12 weken aanwezig kunnen zijn, kunnen het resultaat van de vaccinatie ongunstig beïnvloeden. Het is mogelijk dat vaccinatie in de aanwezigheid van maternale antistoffen de klinische verschijnselen, leukopenie en virusuitscheiding als gevolg van een FPLV infectie, niet volledig kan voorkomen.
In gevallen waarin een hoog niveau maternale antistoffen wordt verwacht, dient het vaccinatieschema overeenkomstig te worden aangepast.

Er is geen informatie beschikbaar over de veiligheid en werkzaamheid van dit vaccin bij gebruik in combinatie met enig ander diergeneesmiddel.Ten aanzien van het gebruik van dit vaccin vóór of na enig ander diergeneesmiddel dient per geval een besluit te worden genomen.

In geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en hem de bijsluiter of het etiket te worden getoond.

Na een tienvoudige overdosering kan gedurende 4 tot 10 dagen een lichte, pijnlijke zwelling op de injectieplaats worden waargenomen.
Een lichte, voorbijgaande verhoging van de lichaamstemperatuur (tot 40,8oC) kan gedurende 1-2 dagen voorkomen.
Incidenteel kan algemeen ongemak, hoesten, niezen, voorbijgaande sloomheid en verminderde eetlust worden waargenomen, gedurende een paar dagen na vaccinatie.

Niet vermengen met enig ander diergeneesmiddel.

Wachttijd

Niet van toepassing.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor de verwijdering van het ongebruikte geneesmiddel of eventuele restanten hiervan

Verwijder de restanten van het middel door koken, verbranding of onderdompeling in een geschikt desinfectiemiddel, goedgekeurd voor gebruik door de bevoegde instantie.

De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien**

23 september 2011

Uitsluitend door dierenartsen te gebruikenOverige informatie

Registratienummer: REG NL 10471

**Datering van bovenstaande bijsluitertekst: 23 september 2011 (NB het is mogelijk dat een eventuele nieuwere versie nog niet in de collectie van diergeneesmiddelen.info is verwerkt).

Status voor gebruik bij dieren in Nederland

Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken.

terug naar boven