We hebben 42 gasten en geen leden online



Vanguard Pup | bijsluiter

Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
en de fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte, indien verschillend

Registratiehouder:

Pfizer Animal Health B.V.
Postbus 37
2900 AA Capelle a/d IJssel
Nederland

Fabrikant verantwoordelijk voor vrijgifte:

Pfizer Animal Health S.A.
Rue Laid Burniat, 1
B -1348 Louvain-la-Neuve
België

Aard van het middel

Vaccin

Benaming van het diergeneesmiddel

Vanguard CPV Pup

Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen

Na reconstitutie bevat één dosis van 1 ml:
Werkzaam bestanddeel:

  • levend geattenueerd hondenziekte virus, stam N-CDV: minstens 103,0 CCID50 *
  • levend geattenueerd Canine Adeno Virus type 2, stam Manhattan: minstens 103,2 CCID50 *
  • levend geattenueerd Canine Paraïnfluenza Virus type 5 (NL-CPI-5): minstens 106,0 CCID50 *
  • levend geattenueerd Canine Parvo Virus, stam NL-35-D 35e passage: minstens 107,0 CCID50 *


* CCID50: Cell Culture Infective Dose 50%

Indicatie(s)

Actieve immunisatie van pups en honden:

  • tegen hondenziekte.
  • tegen aandoeningen veroorzaakt door hondenhepatitisvirus.
  • ter preventie van klinische verschijnselen inclusief leucopenie en ter vermindering van virusuitscheiding veroorzaakt door canine parvovirus (type 2a).
  • ter preventie van sterfte en klinische verschijnselen, inclusief leucopenie en ter vermindering van virusuitscheiding veroorzaakt door canine parvovirus (typen 2b en 2c).
  • tegen respiratoire aandoeningen veroorzaakt door canine adenovirus type 2 en canine parainfluenza virus.

Na vaccinatie met dit middel volgens voorschrift is met betrekking tot hondenziekte een immuniteitsduur van 3 maanden en met betrekking tot aandoeningen veroorzaakt door hondenhepatitis virus, canine andenovirus type 2 en canine para-influenzavirus een immuniteitsduur van 1 maand aannemelijk gemaakt.

Contra-indicatie(s)

Drachtige dieren.
Gebruik van hyperimmuunserum of immunodepressiva binnen 1 maand na vaccinatie.

Bijwerkingen (frequentie en ernst)

Een lokale, soms pijnlijke reactie kan voorkomen op de injectieplaats.

Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.

Diersoorten waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is

Hond.

Dosering voor elke doeldiersoort, wijze van gebruik en toedieningsweg(en)

Toedieningswijze: subcutaan.

Dosering en vaccinatieschema

  • Basisvaccinatie:
    Tegen aandoeningen veroorzaakt door hondenhepatitisvirus, canine adenovirus type 2 en canine para-influenzavirus: tweevoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier met een interval van 3 weken, waarvan de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 12 weken.
  • Honden zonder maternale antistoffen: tweevoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier met een interval van 3 weken, waarvan de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 9 weken. 
    Tegen aandoeningen veroorzaakt door canine parvovirus: drievoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier met intervallen van 3 weken, waarvan de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd van 6 weken.
    Tegen aandoeningen veroorzaakt door hondenziekte virus: tweevoudige vaccinatie, met telkens één dosis per dier met een interval van 3 tot 6 weken, waarvan de eerste vaccinatie vanaf de leeftijd 6 weken. De eerste vaccinatie op de leeftijd van 6 weken geeft alleen voldoende immuniteit bij pups zonder materale antistoffen.

Aanwijzgingen voor een juiste toediening

Los de gevriesdroogde component met behulp van de vloeibare component op. Na goed schudden de volledige inhoud (1ml) subcutaan toedienen.

Wachttermijn

Niet van toepassing

Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren

Bewaren en vervoeren bij 2° C- 8° C.
Niet invriezen. Beschermen tegen licht.
Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
Niet gebruiken na de uiterste gebruiksdatum vermeld op het etiket.

Speciale waarschuwingen

  • Niet gebruiken tijdens de gehele drachtperiode.
  • Maternale antilichamen kunnen het resultaat van de vaccinatie ongunstig beïnvloeden.
  • Uitsluitend gezonde dieren te vaccineren.
  • Indien na vaccinatie anafylaxie optreedt, dient, ongeacht de oorzaak, adrenaline of een soortgelijk product te worden toegediend.
  • Geen chemisch gesteriliseerde naalden of injectiespuiten gebruiken.
  • Handen en het gebruikte vaccinatie materiaal na de vaccinatie wassen en desinfecteren.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte diergeneesmiddelen of eventuele restanten hiervan

Verwijder de restanten van het middel door koken, verbranding of onderdompeling in een geschikt desinfectiemiddel, in
overeenstemming met de nationale eisen.
Vraag aan uw dierenarts hoe u overtollige geneesmiddelen verwijdert. Deze maatregelen dienen tevens ter bescherming van het milieu.

De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien**

25 september 2009

Overige informatie

Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken Registratienummer: REG NL 9544

**Datering van bovenstaande bijsluitertekst: 25 september 2009 (NB het is mogelijk dat een eventuele nieuwere versie nog niet in de collectie van diergeneesmiddelen.info is verwerkt).

Status voor gebruik bij dieren in Nederland

Uitsluitend door dierenartsen te gebruiken.

terug naar boven